Gegenwind im Reichswald

Voorbeelden van argumenten

Om aan te geven naar welk gedeelte van het RPD uw zienswijze verwijst, kunt u de volgende zin gebruiken: In het kader van de officiële terinzagelegging van de tweede versie van het Regionalplan Düsseldorf (stand juni 2016) maakt ondergetekende bezwaar tegen het aanwijzen van voorkeursgebieden voor windenergie in en rond het Reichswald (Kapitel 8.2; Blatt 05 en 06). 

Onderstaande argumenten kunnen helpen bij het formuleren van uw stellingame. Kopieer de teksten niet maar herschrijf ze in uw eigen woorden. Zienswijzen die identiek geformuleerd zijn worden namelijk niet individueel behandeld en maken daardoor minder kans. 

  • Schade aan flora en fauna - Alle op de pagina 5 en 6 aangewezen zones voor windenergie liggen dichtbij de Natura 2000 en Fauna-Flora-Habitat-gebied Geldenberg, i.h.b. Naturwaldzelle Rehsol, evenals de aan Nederlandse zijde gelegen Natura 2000 gebieden St. Jansberg en de Bruuk en andere natuurgebieden. Door de aanleg en exploitatie van windparken worden deze beschermde natuurgebieden ernstig geschaad.
  • Sterfte onder vogels en vleermuizen - De trek- en vliegroutes van talloze broed-, trek- en roofvolgels alsmede van vleermuizen verlopen over het Reichswald. De beschermde vleermuizen hebben hier hun natuurlijke habitat. Het is meermaals aangetoond dat de draaiende rotoren van de windturbines tot een hoge sterfte onder deze zoogdieren leidt; zowel door een direct contact als door fatale inwendige bloedingen a.g.v. drukverschillen.
     
  • Ecologische schade aan de aangewezen gebieden - De door NRW gestelde criteria op het gebied van windenergie voorzien in de bouw van windturbines op zgn. “minderwaardige bosgebieden”. Dit zijn hoofdzakelijk monocultuur bossen (naaldhout). In sommige delen van het Reichswald overheersen de naaldbomen. Echter, door de jarenlange, systematische vervanging van naaldbomen voor loofbomen is het Reichswald opnieuw een aaneengesloten, gemengd bos geworden met een enorme rijkdom aan soorten. Hieronder vallen ook de op pagina 5 en 6 aangewezen gebieden.
  • Compensatie is niet mogelijk - De in het RPD aangewezen voorkeursgebieden voor windenergie in het Reichswald zijn onderdeel van een belangrijk, grensoverschrijdend biotoop netwerk. Het ‘Landesamt für Natur, Umwelt und Verbraucherschutz NRW’ kwalificeert dit gebied als “bijzonder tot uitzonderlijk”. Een ingreep in dit gebied kan door bebossing op een andere locatie niet gecompenseerd worden. Bovendien zijn er door de behoefte aan landbouwgronden nauwelijks geschikte locaties te vinden.
  • Schade aan een belangrijk, grensoverschrijdend cultuurhistorisch landschap - Het Reichswald is nog een van de weinig overgebleven aaneengesloten gebieden in deze regio met een hoogwaardig cultuurhistorisch belang. Het Reichswald herbergt talrijke sporen van bosontwikkeling en de krijgsgeschiedenis (o.a WOII). Naast grafheuvels en resten uit de prehistorie zijn er ook overblijfselen van Romeinse en middeleeuwse nederzettingen te vinden. Het aanleggen van windindustrie zal aan deze cultuurhistorische schatkamer onherstelbare schade toebrengen die bovendien op geen enkele wijze te compenseren valt.
  • Schade aan de recreatieve waarde door geluid en slagschaduw - Naast de leefomgeving voor veel dieren is het Reichswald ook een bijzonder waardevol recreatiegebied voor omwonenden en voor mensen van (ver) buiten de regio. Windturbines produceren een aanzienlijke geluidsoverlast en verstorende slagschaduwen. Met de komst van een windpark behoren de voor het Reichswald kenmerkende kwaliteiten als rust en stilte tot het verleden. Niet alleen in het bos zelf maar ook tot ver buiten haar grenzen.
  • Nadelige veranderingen in bodemeigenschappen - Voor de fundamenten voor windturbines moet de bodem grootschalig verdicht worden. Ook de door de rotoren veroorzaakte trillingen hebben negatieve effecten op de bodemeigenschappen. Bijkomend nadeel van verdichting en afsluiting van de bodem is dat aan het einde van de looptijd van turbines herbebossing niet mogelijk is. Dit betekent dat de betroffen percelen voorgoed voor bosbouw verloren zijn.
  • Gevaar voor grond- en oppervlaktewater - De op pagina 5 en 6 aangewezen zones voor windenergie liggen hoger t.o.v. de hun omringende (natuur)gebieden. Bodemvervuiling tijdens bouwwerkzaamheden of a.g.v. schade aan turbines heeft, naast de getroffen percelen, ook negatieve gevolgen voor de waterhuishouding van deze lagergelegen (natuur)gebieden. M.n. het oppervlaktewater van het natte natuurgebied ‘Koningsven – De Diepen’ alsmede de rivieren Niers en Maas zijn bijzonder kwetsbaar voor deze soorten van vervuiling.
  • Gevaar voor de drinkwatervoorziening - Een groot gedeelte van de op pagina 5 en 6 aangewezen gebieden voor windenergie ligt nabij en zelfs deels overlappend met de vastgestelde drinkwaterwingebieden. De bouw en exploitatie van windturbines op deze locaties zou een significant risico voor het drinkwater van de omliggende gemeenten betekenen.  
  • Doelstelling van de klimaatbescherming wordt niet nagekomen - Het Reichswald slaat CO2 op, produceert zuurstof, vangt fijnstof op en faciliteert biodiversiteit. Daardoor beschermt en reguleert het Reichswald, samen met andere bossen, het klimaat. De bouw van windturbines in dit gebied is in deze samenhang contraproductief.  
  • Economische schade - Door de bouw van windturbines in het Reichswald zullen aangrenzende gemeenten aan attractiviteit inboeten. Er zijn studies uit andere regio’s die een daling in toeristen- en bezoekersaantallen aantonen nadat er windturbines waren verrezen. Dit betekent serieuze economische schade op het gebied van toerisme, handel, gastronomie en vrijetijdsbesteding.
  • Onvoldoende afstemming met Nederland / slecht nabuurschap - Gezien de geografische locatie van de aangewezen gebieden en de te verwachten grensoverschrijdende effecten van windturbines had er in een veel eerder stadium afstemming moeten plaatsvinden tussen beide landen. Het getuigt van slecht nabuurschap door grootschalige projecten met ongewenste gevolgen aan Nederlandse zijde te faciliteren. Hierdoor worden de Nederlandse plannen op het vlak van ruimtelijke ordening geschaad en gedwarsboomd.
  • Negatieve beïnvloeding van het landschapsbeeld - Het landschap van de regio Nijmegen-Kleve wordt m.n. gekenmerkt door het glooiende stuwwalgebied. Dankzij het nagenoeg ontbreken van hoge bebouwing levert dit ongestoorde vergezichten en zichtlijnen op. De komst van landschapsdominerende windparken zullen deze bijzondere eigenschap tenietdoen.
  • Schending van de doelstelling bosvermeerdering - Minder dan 15% van het district Kleve is bedekt met bos. Het laatste Landesentwicklungsplan vereist een vermeerdering van bos in dun beboste gebieden. Met een bos-aandeel van 18% voor de gemeente Goch is ook in de "Forstlichen Fachbeitrag zum Regionalplan Planungsregion Düsseldorf” uit 2013 Goch aangewezen als zoekgebied voor bosvermeedering. Dit valt onmogelijk te rijmen met het aanwijzen van voorkeurszones voor windenergie in de Gochse bossen. Maar ook de aangewezen voorkeurszones op Kranenburgs grondgebied zijn in tegenspraak met het voor het district Kleve geldende doelstellingen uit het Landesentwicklungsplan.
     
  • Onevenredigheid m.b.t. de reeds door het district Kleve geleverde stroombijdrage - Het Landesentwicklungsplan NRW bepaalt dat de Planungsregion Düsseldorf een nominaal vermogen van 1,7 TWh/a uit windenergie dient te leveren. Het reeds in het district Kleve geleverde vermogen bedraagt 0,5 TWh/a – ongeveer 1/3 van het vereiste totaal voor de hele regio. Niettemin wijst het Regionalplan uitgerekend in de meest bosarme gebieden van het district Kleve verdere, grootschalige zones voor windenergie aan. Dit is buiten elke verhouding.